De lucht wordt naarmate je verder van de aarde gaat dunner. Hoe veel lucht
wanneer hangt hangt af van de wind en van de verdeling van hoge- en
lagedrukgebieden.
Toch kan je enkele 'grenzen' in onze atmosveer vinden.
10-11 kilometer: vlieghoogte van verkeersvliegtuigen. Zo'n 75 procent van
alle lucht zit beneden deze hoogte.
80 kilometer: mensen die op deze hoogte bevinden, mogen zich astronaut
noemen. Dat geld ook voor sommige luchtmachtpiloten.
100 kilometer: de Karmanlijn. Op deze hoogte is zo weinig lucht, dat
vliegtuigvleugels geen lift meer geven.Onofficeel wordt deze lijn gebruikt
als 'grens' tussen aarde en ruimte.
120 kilometer: de hoogte waarop bij terugkeer van de spaceshuttle wrijving
ontstaat met gasdeeltjes, waardoor een hitteschild nodig is.
10.000 kilometer: hier zijn geen luchtmoleculen uit de dampkring meer
aanwezig.
.